Rubberen afdichthoezen voor mannen - Te koop | 2dehands.be louboutins mannen

Rubberen afdichthoezen voor mannen

Bewaar
€ 4,00
334 x bekeken sinds

Kenmerken

Herenschoenen:
Overige Herenschoenen
Conditie:
Nieuw

Omschrijving

Kick(Oproep) rubber
kleur Khaki-
grootte 43

Meld misbruik

P
waardering voldoende (1)
Bekijk alle zoekertjes
  • actief sinds 25 oktober 2011christian louboutin miestenn>
  • Waremme (Luik)
  • Snelste optie Chat
  • E-mail

louboutins mannen

ルブタン
white christian louboutin shoes
christian louboutin miehille
christian louboutin for menn
Christian Louboutin baskets pour les hommes

Francis-verwondert-zich.blogspot.nl

Omdat het prachtig, ook wel fantastisch is om niet op één manier naar iets te kijken, maar altijd een beetje anders. Op zijn kop, of achterstevoren. Dat 'iets' zal flink varieren. Van een sprookje op een beetje andere manier, tot levensveranderende vragen. Of buitengewone belevenissen uit het leven van Ondergetekende. Het grote doel van deze blog: Een beetje meer verwondering. Want verwondering maakt het leven fantastisch.

Verwonderen is dansen.

Verwonderen is dansen.

dinsdag 4 februari 2014

OP DRIFT

Het was een zonnige zaterdagmiddag, die ik met de beste wil van de wereld spendeerde in een bijna uitgestorven UBB. De tentamens waren over,  de feestjes net gevierd en dagen van studie-opsluiting lagen alweer in een ver verleden. Althans, voor de gelukkigen onder ons. Want op die bewuste zaterdagmiddag boog ik me vol – uit wanhoop geboren – enthousiasme over het zoveelste paper. Na een aardig productief middagje wilde ik me begeven naar het station vanwaar de reis naar Ermelo zou aanvangen. Toen ik op mijn fiets stapte en de Drift uit wilde fietsen, werd ik opgehouden door een wel heel bijzonder gezelschap. Een grote groep met veel gedistingeerde grijze kapsels, de nodige elitaire Jan des Bouvrie monturen, bontjassen en lange zijden sjaals versperde de weg. Het Gooi was uitgelopen voor een mama- en/of papadag van het UVSV, het vrouwencorps. Schorre kirretjes, het tikken van hoge Louboutins op ’s Drifts klinkertjes en de uitzonderlijke aandacht in uitspraak voor met name één medeklinker – de ‘r’ – deden me voorzichtig glimlachen. Ik ving korte gesprekjes op met veelbelovende oneliners als: ‘Maar Hans, dan overwinteren we toch in Zuid-Amerika?’ Eén man leek er niet tussen te passen. Met gefronste wenkbrauwen stak hij een sigaret op, die hij stevig vastklemde, als ware het zijn enige houvast in de vreemde wereld waar hij in terecht gekomen was. Zijn ietwat vale spijkerbroek stak af tegen de rode en bruine ribbroeken in zijn directe omgeving en ik zag ‘m voorzichtig zijn hoofd schudden. Ik had zin om mee te schudden, een arm om hem heen te slaan. Dan zouden we samen roepen dat iedereen met z’n mooie praatjes, mooie reisjes en mooie netwerkjes mocht maken dat ‘ie wegkwam, gewoon, omdat de Drift niet voor dit soort dapper-doenerij bedoeld was. Want is de Drift niet boven alles bedoeld om studentjes op rammelende fietsen in tweedehands rokjes die zaterdagmiddagen doorbrengen in de bieb, zich thuis te laten voelen? Ik dacht het wel. Dag Hans, veel plezier in Zuid-Amerika. 

donderdag 4 juli 2013

HOPELIJK

Met z’n drieën zitten ze rond een doorgezakt, afgebladderd bankje voor het buurthuis annex de buurtsportschool. Ze kijken allemaal wat droevig, maar misschien ligt dat aan de rimpels die diepe groeven in hun gezichten hebben achtergelaten. Misschien ook heeft de droeve blik wat te maken met het onderwerp waar ze het over hebben. Geld – of eerder het gebrek eraan – lijkt een onderwerp dat ze niet voor het eerst aanroeren en dat misschien wel de hoofdoorzaak van de vele rimpels is.  Als ik voorbijloop hoor ik hoe één van de vrouwen haar auto heeft moeten verkopen en hoe een ander op het punt staat hetzelfde te ondernemen. Hun stemmen klinken licht klagelijk, maar als ik goed luister hoor ik  een sprankje strijdvaardigheid in de stemmen van de vrouwen die bij gebrek aan middelen hun auto moeten wegdoen. Toch trekken niet zij, maar de andere vrouw in het bijzonder mijn aandacht. Ze zit niet zoals de andere twee op het bankje, maar heeft haar scootmobiel tot vlak naast het bankje gemanoeuvreerd. Vanuit haar comfortabele zitplek hoort ze de andere vrouwen aan die klagen. Ze lijkt zelf van een ander soort. Met haar lippen zorgvuldig rood geverfd, haar haren strak in de lak en haar brede heupen gehuld in een kleurige rok, lijkt ze haar omgeving op te fleuren. Zo erg zelfs, dat het afstraalt op de twee andere vrouwen met hun hoofd vol geldzorgen. Dan kijk ik haar nogmaals aan en schrik van de ontdekking die ik doe. Haar mond vertoont een zenuwachtig trekje, en de make-up kan niet helemaal verbergen dat haar ogen moe staan, zo moe. Maar wat erger is: verstoken van alle hoop. Ik moet de neiging onderdrukken niet naar haar toe te lopen, een arm om haar heen te slaan en te zeggen dat ze de moed nog niet moet verliezen, nog lang niet. Terwijl ik verder loop, probeer ik me haar thuis voor te stellen. Ik hoop met heel mijn hart dat ze een plek heeft waar iemand op haar wacht die haar in sterke armen neemt, en sussend fluistert dat het wel goed zal komen, dat alles goed zal komen. En dat dan heel voorzichtig haar ogen sprankeltjes bevatten gaan, omdat ze die woorden vertrouwt en begint te geloven. Omdat ze overtuigingskracht hebben, maar bovenal omdat er hoop in doorklinkt. Want dat heeft iedereen nodig; van de klaagvrouw die haar auto zal kwijtraken tot het meisje dat voorbij liep  en hoopt dat Iemand de vrouwen rond het bankje misschien wel de eeuwige hoop wil laten zien.

maandag 8 april 2013

BURGERPLICHT


Geschreven voor de Lustrumkrant van NSU: sfeerbeeld van een burgerleven, door de ogen van een jongen die nog maar éven geleden student was.

Het is vroeg, veel te vroeg. En het vervelende is dat ik op dit vroege tijdstip niet ín, maar uit bed stappen moet. Nog geen week geleden genoot ik van borrels tot sluit – voor dat laatste gratis drankje bleef ik graag rondhangen bij de bar en filosoferen over het leven tot een uurtje of vijf. Een Turkse pizza ging er dan ook nog wel in, en de zon liet vaak haar eerste stralen zien als ik met een voldane glimlach op bed neerviel, best ingenomen met mijn leventje zoals het was. Na twee uur slaap zat ik weer in dat verplichte college, mijn brakke kop verbergend achter een enorme beker koffie. Nog steeds probeer ik ‘s nachts te filosoferen over het leven, maar mijn medereizigers in de trein van half zeven zijn hier niet zo van gediend. Als ik een man van middelbare leeftijd met een gekreukt overhemd vol gekleurde streepjes en een burgerlijke das vraag wat zijn grootste droom is in het leven, mompelt hij iets met “gast, het is veel te vroeg voor dromen.” En daar had hij een punt. Of misschien was het wel te laat.
Gezamenlijk sjokt de menigte maatpakken van het station richting het kantoorgebouw, ik sjok mee. De rest van de dag is een onafgebroken nachtmerrie van vingers die op toetsenborden rammen en een pauze waarin collega’s genoeglijk hun door moeder de vrouw gesmeerde boterhammen uit perfecte lunchtrommeltjes oppeuzelen. Als de collega naast mij aan de telefoon verwikkeld is in een verhitte discussie met zijn ex-vrouw over wie de kinderen naar zwemles brengen moet, kan ik er ineens niet meer tegen. Ik kan mijn eigen gedachten niet eens meer verstaan. Ik spring op van mijn ergonomische bureaustoel, ren naar hem toe en schreeuw recht in zijn gezicht: “POLITESSE!” Hij lacht me uit in mijn gezicht, en zegt dat de politie hier niet zoveel mee te maken heeft.
Ik schud mijn hoofd, en ineens komt het besef: “Burger, je bent een burger!” Nog harder schud ik mijn hoofd, mijn collega’s kijken me bevreemd aan. Ze vinden me raar.  De rest van de dag weergalmt “burger, burger!” in mijn hoofd. Die avond besluit ik nog even langs de borrel van mijn vereniging te gaan, waar ik het niet kan laten elke sjaars bij de schouders te grijpen en op het hart te drukken dat ze moeten genieten van hun studententijd, voor zolang het duurt.  Ze kijken me bevreemd aan, ze vinden me raar. Voor filosoferen ben ik te moe, de biertjes smaken me minder, en om half twaalf stap ik op, ik moet tenslotte de trein van half zeven hebben, de volgende ochtend. Het is vroeg, veel te vroeg om te gaan, maar ik ga. De burgerplicht roept, met haar schelle, lelijke stem, en ik heb te luisteren.

maandag 11 maart 2013

SCHATER



Stel je voor, het is morgenochtend vroeg.  Een brutale zonnestraal piept zo tussen de kier in de gordijnen door en landt kriebelend op je neus. Niesend wordt je wakker, waarna je je ogenknipperend uitrekt, en je je er vaag van bewust wordt dat de kamer lichter is dan ‘ie in tijden is geweest. Je rent naar de gordijnen – nog een momentje aarzelend, want het zal vast niet, het kan niet – en gooit ze open. Je mond valt open van verbazing, en als vanzelf slaak je een diepe zucht, waarna je fluistert, en dan roept: “Welkom, welkom terug!” Je schiet de eerste beste broek aan die je tegenkomt, gooit een trui over je hoofd, grist in het voorbijgaan een appel van het aanrecht, springt op je fiets en racet naar het dichtstbijzijnde park. Daar schop je je schoenen uit, zodat je de bedauwde grassprieten voelt kriebelen tussen je blote tenen. Je maakt een paar dwaze sprongen en laat je dan achterover vallen in het natte gras. Het kan je helemaal niets schelen dat zelfs je hemd doorweekt wordt. Je begint te neuriën, vindt dat de zon een liedje verdient omdat ze je zo heeft verrast. Je doet je ogen dicht en hoopt dat de zonnestralen voorzichtige blosjes op je wangen vegen. Terwijl je bijna in slaap sukkelt, wordt de dichter in je wakker, je wist niet dat er zo’n romanticus in je verstopt zat:

de zonnestralen 
ze schateren 
in het keukenraam 
daar op de glimmend 
gepoetste fietsbel 
maar het mooist 
in jouw ogen
 

Je overweegt je briljante tekst op muziek te zetten, een hitje lijkt geboren. Je neemt een grote hap van je appel en weet dat niets deze perfecte dag nog kan ruineren. Dan voel je een spetter, eerst op je neus, daarna op je buik, je hand, je grote teen. Steeds meer spetters. Je doet je ogen open en ziet grijze wolken boven je samenpakken. Je staat struikelend op, rent met je trui over je hoofd getrokken naar de fiets, en scheldt ‘m flink uit als ‘ie uit je handen glijdt en neerklettert op de stoep. In de stromende regen fiets je naar huis, en je kan het niet laten jezelf heel zielig te vinden. Het moet altijd net jou overkomen, die verrassingsregenbuien. Dan zie je iemand die zijn fiets aan de kant heeft gegooid, en een dansje met zichzelf en de regen is begonnen. Je stopt om het tafereel te bekijken. Dan begint het te kriebelen, je wil meedoen. Je stapt af, en danst mee met de regen en de ander, en weet dan dat er geen zonnestralen nodig zijn om jou te laten schateren. 

donderdag 24 januari 2013

GENTLEMAN-MORAAL

Sneeuw bedekt een heleboel. Die lelijke scheur in de straat, de motorkap van de Fiat 500 van de buren – waar een olifant over lijkt te zijn gestruikeld – en de vuilniszakken die al sinds week en dag worden opgestapeld in de achtertuin. Maar sneeuw bedekt niet alles, brengt misschien zelfs verborgen dingen aan het licht. Je zou veronderstellen dat de mens behulpzamer wordt in deze barre tijden van gladde wegen, bevroren sloten en eraf vriezende neuzen. Toch lijkt de mannelijke helft van de bevolking niet gevoelig voor het winterse weer en de daarmee gepaard gaande ambitie om behulpzaam te zijn. Toen ik laatst half glijdend, half rennend bij het Jaarbeursplein aankwam om mijn fiets te pakken – ik had al op een afspraak moeten zijn – kwam ik erachter dat mijn fiets bedolven was onder een laag sneeuw en een paar fietsen. Terwijl ik binnensmonds scheldend mijn fiets eronderuit probeerde te sjorren, kwam er een glimlachende, stoere, breedgeschouderde jongeman voorbij lopen. Hij zei me vriendelijk gedag en liep door. Ik was nogal verbaasd over de begroeting, en kaatste de vriendelijke ‘hoi’ net iets te vrolijk terug. Ondertussen was het weer gaan sneeuwen, en niet zo’n beetje ook. Ik hervatte mijn verwoede pogingen om mijn fiets te redden van de verdrukking, en zag de jongeman even verderop een paar keer glimlachend omkijken. Hij had zijn fiets weggezet, en met nog een laatste blik achterom naar mij, vertrok hij. Mijn fiets was nog lang niet bevrijd. Met die brede schouders was ’t hem binnen de minuut gelukt, maar iets weerhield hem. Zo moest ik laatst mijn fiets – met bevroren en stukgedraaid slot – naar de fietsenmaker slepen langs de Rabobank. Vele heren in de prachtigste maatpakken keken even medelijdend naar het sjouwende meisje en haar fiets, maar kwamen absoluut niet op het idee haar een handje – of in dit geval: armpje – te helpen. De sneeuw lijkt de verdwijnende gentleman-moraal aan het licht te brengen. Toch zijn er gelukkig uitzonderingen. Zo kwam de held in een langslopende jongen naar boven toen hij mijn moeder en een vriendin van haar in de kou zag staan, bij hun auto die muurvast gelopen was tegen een paaltje. Hij begon telefoontjes te plegen om een sleepwagen te regelen, toen een dure auto stopte, en een soepele zakenman uitstapte. Met een “Kan ik helpen, dames?”maakt hij entree, waarna hij al snel ter zake kwam, door met hulp van de jongen en een boomstam de auto los te wrikken. Na die geslaagde actie wilden de mannen van geen bedankje weten, “we zijn toch op de wereld om elkaar te helpen!” Toen bedacht ik me dat er wel een causaal verband moest bestaan tussen de haarkleur en/of leeftijd van het vrouwelijke slachtoffer en de gentleman-moraal, en begreep plotseling waarom ik ze (simkaart-redders buiten beschouwing gelaten) zo zelden tegenkwam, dit soort mannen. Het zal – zoals velen vaak als excuus gebruiken – de leeftijd wel zijn. 

maandag 24 december 2012

KONINGSVELD


Het was een koude, mistige namiddag in het Grote Bos. Schaduwen werden snel langer, en de laatste zonnestralen worstelden zich tussen de kale boomtakken door. Sneeuw dat nog in kleine hoopjes op de takken lag, drupte langzaam naar beneden. Midden in het bos was een groot veld waar de prachtigste dennenbomen verzameld leken. Het waren de koningen van het bos; groter, breder en groener dan elke andere boom. Niemand had ooit begrepen waarom de groene gevaarten op dat veld -  daar midden in het bos, zoveel mooier waren dan de bomen in de rest van het woud. Misschien maakte trots hun stammen dikker, hun naalden glanzender en hun takken langer. Die bewuste namiddag was die trots goed te merken. Het was bijna Kerst, en dat was een bijzondere tijd voor deze bomen. Uit het dorpje in de luwte van het Grote Bos kwamen dan stromen mensen om de mooiste dennenboom uit te zoeken en met een paar rake bijlslagen zich toe te eigenen. Onder de bomen op het Koningsveld heerste een bijna ongezonde wedijver. Elk jaar opnieuw werd de boom die als allereerste werd omgehakt gezien als een winnaar, de Opperkoning van het Koningsveld en het Grote Bos. Het werd steeds donkerder in het bos, de spanning was om te snijden. De bomen wisten dat vanavond of vannacht de eerste mensen zouden komen, in het dorpje heerste dezelfde ongezonde wedijver om de mooiste boom in het bezit te krijgen. Vele bomen fluisterden met elkaar, wie zou dit jaar de gelukkige zijn? Op het Koningsveld werd niet gefluisterd, je praatte luid – met een rollende Rrr, en gewichtige zinsneden als “Vrind, als ik er mijn statistische vermoedens op loslaat, komt de winnaar dit jaar uit de rechtervleugel van het Koningsveld” of: “Mocht ik winnen, zou ik dat een beheurlijk terechte, koningsche actie vinden”. Langzaam namen de fluisteringen en trotse vermoedens af, de gesprekken verstomden. Iedereen, elke boom hield zijn adem in, er waren voorzichtige voetstappen gesignaleerd aan de rand van het bos. Een oude man met een gegroefd gezicht – maar vooral veel lachrimpels – en een licht slepend been, liep het bos in. Hij genoot altijd ontzettend van het bos; de geuren, plotselinge geluiden en bewegingen maakten het bos tot een heerlijke plek. Hij wilde zijn vrouw verrassen door dit jaar eens vroeg een bijzondere, prachtige boom te versieren. Zoals hij andere jaren velen had zien doen, liep hij niet direct – zonder om zich heen te kijken – naar het Koningsveld, maar keek aandachtig naar links en rechts. En vlak voor hij bij het Koningsveld was aangekomen, werd zijn aandacht getrokken door iets links van hem. Het was een klein boompje, niet bijzonder opvallend, maar als je beter keek, zag je dat de groene naalden bijzonder straalden en de stam uitzonderlijk veel dikke vertakkingen had. Dit was dé boom, hij wist het zeker, zo’n prachtig exemplaar had hij zelden gezien. Hij hakte en hakte, en nam tenslotte het boompje bij de kruin en sleepte het tevreden naar huis. De fluisterende gesprekken tussen de bomen die zo-even waren verstomd, werden vervangen door verbaasde uitroepen: “Hé? De eerste boom, de Opperkoning, en hij komt niet van het Koningsveld!” Het hele bos was in rep en roer, en op het Koningsveld was nog maar nauwelijks de hooghartige Rrr te horen, verbaasd fluisterden ze over een wereld die omgekeerd leek te zijn. Zo leerden de bomen in het Grote Bos - en bijzonder op het Koningsveld – voor het eerst wat Kerst betekende. 

woensdag 28 november 2012

WC REGGAE


Het is een bijzonder mistige, donkere avond op station Zwolle. Ik ben op zoek naar een wc, ik moet ontzettend nodig. Helemaal achteraan bij spoor 3 hangt een bordje die aangeeft dat de toiletten zich daar bevinden. Aarzelend duw ik de deur open, en hoor vrolijke reggaeklanken mij tegemoet dansen. Ik stel me een gezellige, dikke vrouw voor, die  al heupzwaaiend met een wc-borstel als microfoon in de ene, en een wc-rol zwaaiend in de andere hand als wc-juffrouw me verwelkomt in de Zwolse stationstoiletten. Niets is minder waar, als ik de deur verder openduw, kijk ik recht in een verweerd, donker, maar vriendelijk gezicht. Hij glimlacht en begroet me waardig, deze WC koning. Hij lijkt warempel echt een koning, met aan elke vinger een flonkerende ring, in alle kleuren van de regenboog. Op zijn hoofd geen kroon, maar een enorme rood-geel-groene Bob Marley muts, en verschillende kettingen in diezelfde kleuren om zijn hals. Geen Philharmonisch Orkest om deze koning te vermaken, maar een verstopte radio die onverstoorbaar doorgaat met reggaedeuntjes eruit te gooien. Geen schatkist vol goud zoals in menig koningssprookje, maar een schaaltje met 50 centjes, die hij al druk aan het tellen is geweest, zie ik. Het voelt niet natuurlijk om een muntje op het schaaltje te gooien en door te lopen, een buiging lijkt meer gepast. Toch doe ik het eerste. Als ik op de WC zit, hoor ik  hem voorzichtig met zijn beringde vingers op tafel roffelen en zachtjes mee neuriën. Deze koning lijkt tevreden in zijn koninkrijkje, en ik moet glimlachen. Waar vind je dat nog, écht tevreden koningen? Als ik mijn handen heb gewassen begint hij te praten, over dat het zo rustig is op het station, maar dat er uiteindelijk altijd mensen zijn die de weg naar zijn koninkrijk - oké, zo noemde hij het niet, maar ik stiekem wel – vinden zullen, ze hebben hem nodig. Hij weet heel goed hoe belangrijk hij is, deze koning. En dat je dan even om een praatje verlegen zit, doet helemaal niets af aan je waardigheid. Leden van het vorstenhuis zitten wel vaker om praatjes verlegen op hun eenzame hoogte, als je het mij vraagt. Ik zeg hem gedag, wandel de mist in en beloof mezelf Bea te vertellen over deze collega, dan kan ze eens op staatsbezoek in de Zwolse Stationstoiletten. Het zou hem goed doen, maar haar nog meer, dat weet ik zeker.
Oudere berichten Homepage


Top 10 auto’s die het lekkerst rijden met hoge hakken aan

rijden met hoge hakken

Maar liefst 40% van de vrouwen rijdt auto met hoge hakken aan, dat blijkt uit Australisch onderzoek. Ontspannen én veilig autorijden mét pumps vindt FemmeFrontaal belangrijk. Daarom vind je bij alle rijtesten van FemmeFrontaal ook een High Heels rating. Speciaal voor pumpfreaks een top 10 van auto’s die het lekkerst rijden met hoge hakken aan!

Maar eerst
Over rijden met hoge hakken aan zijn de meningen sterk verdeeld. De realiteit is: als je al niet op pumps kan lopen, rij er dan ook niet mee. En soms kan rijden met high heels ook echt veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Terwijl je misschien het gevoel hebt dat je volledige de controle hebt met je Louboutins aan, met hoge hakken kun je soms niet veilig de hiel van je voet verankeren aan de vloer. De hakken kunnen vastlopen en gevangen raken onder het pedaal, met als gevolg dat je een fractie van een seconde te laat bent om te reageren in een gevaarlijke situatie. Maar niet bij iedere auto. Pedaalpositie, pedaalhoogte, pedaalgrootte, stroefheid, materiaal, pedaalslag etcetera. Allemaal belangrijke punten die het rijden met pumps wel of niet veilig maken. Maar is veilig dan ook aangenaam? Het ene merk er besteedt veel zorg en aandacht aan high heels proof rijden, het andere merk totaal niet. Pedalen die niet goed zijn voor je hoge hakken kunnen ervoor zorgen dat je een gevaar op de weg wordt. In andere gevallen leiden dat soort pedalen ertoe dat je met een verkrampte voet zit na een lange autorit. Probeer dan maar eens charmant uit te stappen op je hakjes.

De top 10 auto’s zijn getest met klassieke hoge hakken tot 9 cm. Stiletto’s boven de 11 cm plus plateauzolen, daar testen wij niet mee. Don’t drive your (highest) stiletto’s…

Onze top 10 auto’s die het lekkerst rijden met hoge hakken aan

  1. Mercedes-Benz GLC (lees hier de rijtest)
    Mercedes-Benz GLC
  2. BMW 7 Serie (lees hier de rijtest)
    BMW 750Li
  3. MINI John Cooper Works (lees hier de rijtest)
    MINI_JCW_8257
  4. Mazda MX-5 (lees hier de rijtest)
    mazda_mx5_winnaar_frank
  5. Porsche Boxster (lees hier de rijtest)
    Porsche 718 Boxster S
  6. Volvo S90 (lees hier de rijtest)
    Volvo S90
  7. Lexus RC (lees hier de rijtest)
    Lexus RC
  8. Smart Fortwo (lees hier de rijtest)
    Smart fortwo
  9. Jaguar F-Pace (lees hier de rijtest)
    women's world car of the year
  10. Fiat 500 (lees hier de rijtest)
    Fiat500

Wat zijn jouw ervaringen met het rijden met hoge hakken? Je kunt hieronder reageren en/of de poll voor ons invullen!

Laden ... Laden ...

Comments

comments

0
Femme Frontaal
Written By
Femme Frontaal
More from Femme Frontaal

Vrouwen belangrijkste doelgroep automarkt

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat vrouwen in de toekomst de automarkt gaan...
Read More

Geef een reactie Reactie annuleren

More Stories

DS7 Crossback

Nieuwe DS7 Crossback: De crème tussen de macaron